Zoeken met Google:

Noodprocedures pleziervaartuigen


Als het u overkomt, dat de problemen aan boord van uw schip niet meer door u en de bemanning kunnen worden opgelost, is het tijd om de KNRM te alarmeren. Doe dat zonder voorbehoud. We zijn er voor u, ook al ziet u zelf het rampzalige van uw toestand niet direct in. Wat u brandstofgebrek noemt, is bij de KNRM gewoon een noodgeval. Uw situatie kan verslechteren doordat u niet meer kunt varen. Of u ligt in de vaarroute en vormt zelf een gevaar voor de overige scheepvaart. We varen liever honderd keer voor niks, dan een keer te laat. U kunt intussen helpen, de situatie te stabiliseren en u voor te bereiden op de komst van de reddingboot.

Als de nood aan de man is...
- Stel uw bemanning op de hoogte van het gebruik en de bergplaats van de veiligheidsmiddelen aan boord VOORDAT u vertrekt.
- Wacht niet te lang met alarm slaan als u in nood komt. De reddingboot kan beter honderd keer voor niets varen, dan één keer te laat komen.
- BLIJF BIJ ELKAAR!!
- Zorg dan dat alle bemanningsleden reddingvesten dragen en goed zijn aangelijnd.
- Draag warme, beschermende kleding en hoofdbedekking. Doe dit bijtijds, later hebt u het misschien te druk om er nog aan toe te komen. U kunt tijdens de reddingactie in het water belanden.
- Zorg dat een noodtas vlakbij de kajuitingang klaarligt voor als u snel van boord moet. Hierin een draagbare marifoon (met geladen batterij), noodsignalen, noodradiobaken (EPIRB), drinkwater en overlevingszakken (geen isolatiedekens). De scheepspapieren en uw paspoorten gaan ook mee.

Alarmeren, hoe doet u het effectief?
- Zorg voor een sticker met de noodprocedures voor bij de marifoon. In noodgevallen raken veel mensen de draad kwijt bij de melding aan de Kustwacht.
- Houd u zich ook aan de marifoonprocedure.
- Houd luisterwacht op kanaal 16.
- Heeft u een EPIRB aan boord, activeer hem dan. De reddingboot of helikopter kan u zo beter vinden. Als u bent gevonden schakel de EPIRB dan uit.
- Gebruik uw GPS om uw positie door te geven aan de reddingboot of helikopter als u uit zicht  van de kust bent. Gebruik anders ook herkenningspunten op de kust als referentie.
- Uw marifoon kan bij gebruik worden uitgepeild door de reddingboot. Dit kan niet bij gebruik van de GSM.
- Gebruik uw accu's alleen nog voor plaatsbepaling en communicatie, schakel alle overige apparaten uit.

Hoe gaat alarmering met GMDSS?
Het verschil met de bestaande procedures is, dat in het Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS) de DSC-modem wordt gebruikt voor het versturen van de noodmelding. Nu roept u kanaal 16 op en spreekt daarop af op welk werkkanaal u de verdere communicatie gaat doen. Bij GMDSS ontvangt u via DSC kanaal 70 een bericht waarin het voorgestelde werkkanaal wordt genoemd. Zodra het andere station het bericht heeft geaccepteerd, kan er verder meteen op het werkkanaal worden gecommuniceerd.

Bent u in nood, dan moet het DSC noodbericht worden gestuurd voorafgaand aan de MAYDAY procedure. Het DSC noodbericht activeert alle alarmen in alle DSC's in de buurt en roept alle operators op om op kanaal 16 uit te luisteren voor een volgend MAYDAY bericht. Het DSC noodbericht bevat het MMSI-nummer en uw positie (bij voorkeur rechtstreeks overgenomen van uw GPS).

Help de Kustwacht bij een onbedoelde noodmelding Een van de bijverschijnselen van het GMDSS aan boord van jachten is de enorme hoeveelheid onbedoelde noodmeldingen. Ruim 90% van de automatische noodmeldingen blijkt vals.

U bent op reis, uw kinderen zijn aan boord en de nieuwe DSC-marifoon heeft een heel aantrekkelijke knop. Die zit achter een klepje om te zorgen dat hij niet zomaar wordt gebruikt. Voor kinderen is de verleiding soms te groot, ze drukken de knop in en zijn er onbedoeld de oorzaak van dat er een uitgebreide reddingsactie op gang wordt gebracht. Ook volwassenen kunnen bij het testen van de apparatuur soms onbedoeld de alarmknop indrukken. Dat een vergissing menselijk is, weten ze bij de Kustwacht ook. Als u contact zoekt met de Kustwacht om te laten weten dat het een valse melding betreft, bespaart u de Kustwacht veel moeite en de Redding Maatschappij een heleboel geld. Neem die moeite, want dan kunnen de reddingboten op echte noodgevallen af. Beter dan uw marifoon uit te zetten, zoals veel mensen als paniekreactie doen. U loopt dan bovendien de kans een hoge boete te krijgen.



Herkenning
- Vuurpijlen moeten binnen de houdbaarheidsdatum zijn en direct voor het grijpen liggen. Zorg dat u en uw bemanning weten hoe ze worden afgestoken!
- Richt parachutefakkels niet op zeilen, mast of verstaging. Vuur ze recht omhoog af, zodat ze hun maximale hoogte kunnen bereiken.
- Geen vuurwerk afsteken als er een helikopter dichtbij is.
- Vuurpijlen altijd aan lij afsteken, zodat rook en afval wegwaaien.
- Leg een felgekleurde lap of zeil over dek om vanuit de lucht herkenbaar te zijn.
- Luister uit op kanaal 16 of het marifoonkanaal dat u is aangewezen. Het kan zijn dat u gevraagd wordt langzaam te tellen om uw positie te kunnen uitpeilen.
 
Voorbereiding op slepen
- Leg uw twee dikste landvasten klaar. Die kunnen worden gebruikt om te verbinden met de sleeplijn die de reddingboot aan boord heeft; de krachten op de diverse aangrijpingspunten kunnen zo beter worden verdeeld.
- Zorg dat het optuigen van een sleeplijn voorbereid is als de reddingboot bij u komt. Oefen dit in normale omstandigheden, zodat u hier routine in heeft.
- Als de reddingboot naar u toekomt, zal de reddingbootschipper zijn plannen met u bespreken. Laat hem weten of er zeil of lijn overboord hangt. Volg de raad van de reddingbootschipper op: hij is de deskundige in deze situatie.
- De reddingbootschipper zal proberen een geoefend opstapper bij u aan boord te zetten. Let op aanwijzingen vanaf de reddingboot.
- Leg alleen een sleeplijn om een doorgestoken mast. Gebruik alleen kikkers die sterk genoeg zijn. Gebruik bij twijfel hulplijnen via andere kikkers en schootlieren of andere sterke punten aan dek.
- De reddingboot heeft een kleine stopzak bij zich, die aan u kan worden overhandigd om achter de boot te hangen, vooral als u uw roer verloren heeft. Dit maakt de sleep beter hanteerbaar, vooral in achteroplopende zeeën.
- Zorg waar nodig voor bescherming van de sleeplijn tegen schavielen.
- Draai zo mogelijk de sleeplijn rond de bevestigingspunten. Voorkom het maken van knopen die niet kunnen worden losgemaakt onder spanning.
- Sommige boten kunnen beter aan een spruit dan aan een enkele sleeplijn worden gesleept.
- Een betonschaar om verstaging door te knippen aan boord kan schade aan de romp door een gebroken mast voorkomen.

Helikopterredding
- Losse spullen zoals zeilen, lijnen, verstaging bij ontmasting, vastzetten. Dit is heel belangrijk omdat de door de helikopter veroorzaakte luchtstroom (down-wash) heel sterk (ongeveer 7 Beaufort) is.
- Gebruik op verzoek een rood handstakellicht of oranje rooksignaal om de helikopter te leiden. STEEK NOOIT EEN PARACHUTEFAKKEL AF MET EEN HELIKOPTER IN DE BUURT!
- Als er contact gelegd is met de helikopter, zal de piloot precies uitleggen wat zijn plannen met u   zijn en wat voor hijstechniek hij zal toepassen. Volg de raad van de helikopterpiloot op: hij is de deskundige in deze situatie.
- Hijsen zal normaal gesproken vanaf het achterdek gebeuren. Zorg dat dit zoveel mogelijk vrijgemaakt is.
- Gebruik de marifoon niet als de helikopter boven u cirkelt, tenzij u dat gevraagd wordt.
- Probeer het schip zo stabiel mogelijk te houden als u nog motorvermogen heeft. U krijgt koers en vaart opgegeven door de piloot.
- Als de hijslijn naar beneden komt, eerst in het water laten zakken om hem te aarden. Daarna pas grijpen. Pas op dat de lijn nergens achter blijft haken en bind hem NOOIT vast aan uw schip.
- Wordt er eerst een hulplijn neergelaten uit de helikopter, zet dan een puts klaar om de lijn aan dek in op te schieten.

Reddingvlot
- Zorg dat het reddingvlot altijd voor onmiddellijk gebruik gereed is. Berg het niet onderdeks op of onder andere uitrusting.
- Verlaat het schip alleen als het in brand staat of snel zinkt. Het is beter om aan boord te blijven tot het allerlaatste moment. Het is veel gemakkelijker voor de reddingdienst om een schip te vinden, dan een reddingvlot of mensen die in het water liggen. U bent ook veel beter beschut.
- Als u besluit het schip te verlaten, zorg dan dat het einde van de lijn van het vlot aan het schip bevestigd is VOORDAT u het vlot overboord gooit. U kunt wel 8 meter lijn moeten uittrekken voordat het vlot zich opblaast. Het beste is om een zwaarder iemand als eerste het vlot te laten inklimmen om het wat stabiliteit te geven en anderen te helpen bij het inklimmen.
- Vergeet de noodtas niet, en neem wat extra drinkwater mee in het vlot. Neem ook de EPIRB en de SART mee. De positie van uw vlot is belangrijker van die van het zinkende schip.
- Onthoudt dat een reddingvlot het ALLERLAATSTE redmiddel is. Verlaat uw schip niet te vroeg.

Brand
- Brand op zee kan een heel beangstigende ervaring zijn. Maar brand begint altijd klein, behalve bij een explosie. Het is belangrijk om regelmatig de gasinstallatie en brandstoftanks te controleren om de kans te verkleinen dat er zich gas verzamelt in de boot.
- Zorg dat de elektrische bedrading en alle verbindingen in goede conditie zijn.
- Brandblussers hangen horizontaal, voor het grijpen nabij de toegangsluiken en zijn recent gekeurd. Zorg dat ieder bemanningslid ermee om kan gaan!
- Rookt u, wees dan voorzichtig met vuur en smeulende tabak.
- Als u brand aan boord ontdekt, stuur dan iedereen aan dek. Vergeet niet de brandblussers mee aan dek te nemen. Alarmeer onmiddellijk als het nog kan.
- Probeer, als iedereen buiten is, het vuur te blussen en zo mogelijk de luchttoevoer af te sluiten door ramen en luiken te sluiten. Ga niet terug in de kajuit of een met rook gevulde ruimte.
- Laat de bemanning en het reddingvlot en eventueel de EPIRB zo ver mogelijk van het vuur en de rook vandaan blijven.
- Activeer het reddingvlot (zie boven). Alleen in uiterste nood: schip verlaten!

Uw noodgeval en bergingsbedrijven
Als u uw nood aan de kustwacht hebt gemeld, zal het Kustwachtcentrum ervoor zorgen dat u hulp geboden krijgt. Dat zal in ieder geval de KNRM zijn. Maar ook anderen kunnen hun hulp aanbieden. Dat kunnen passerende schepen zijn of bergingsmaatschappijen. De KNRM heeft met verschillende bergingsmaatschappijen een convenant gesloten om afsprak- te maken over wie hulp verleent bij hulpverzoeken zonder levensbedreigende gevaren of van schepen groter dan 20 meter De KNRM biedt haar hulp kosteloos aan. Een berger zal een prijsafspraak willen maken. U bent als schipper uiteindelijk degene die bepaalt wat er met uw schip gebeurt.


« Ga terug